Ouderschapsonderzoek

Hoe onderzoeken we?

Naast dossieronderzoek en ouder- en kindgesprekken, onderzoeken we de relatie tussen ouders en kind:

  • vanuit de belangen en behoeften van het kind;
  • vanuit de ouders naar het kind;
  • vanuit de relatie/communicatie tussen ouders onderling;
  • vanuit de ouder(s) naar hulpverlening en andersom.

We werken volgens verschillende methodieken en met interventies vanuit:

  • ontwikkelingspsychologie (hechtingstheorie);
  • Video Interactie Analyse (bewezen effectief);
  • ouderschapsonderzoek (bewezen effectief);
  • systeem- en contextuele therapie (familieopstelling);
  • mediation (bewezen effectief).

Wat onderzoeken we?

We onderzoeken onder andere:

  • de hechtingsuitingen tussen kind en ouders;
  • de rechten, positie en loyaliteit van het kind, draagkracht en -last;
  • de pedagogische behoeften van het kind;
  • het conflictgedrag en -patroon tussen ouders in verleden en heden;
  • het bieden van continu├»teit en veiligheid;
  • de (on)mogelijkheden tot blijvende verbetering en verandering;
  • de betrokkenheid van het sociale/relationele netwerk;
  • de samenwerking tussen ouders en hulpverlening;
  • de werkrelatie tussen ouders en de hulpverlening.

We starten het ouderschapsonderzoek met een concrete vraagstelling. Die werken we met de ouders uit in het perspectiefplan of plan van aanpak. Eventuele inbreng van de rechter, Jeugdbeschermer of andere hulpverlening nemen we daarin mee. Vragen kunnen zijn:

  • Hoe is de relatie tussen de ouders? Is een patroon zichtbaar in de wijze waarop zij met elkaar omgaan en is deze omgang voor verbetering vatbaar?
  • Hoe is de relatie van het kind met moeder? En met vader? En hoe is de relatie van het kind met beide ouders samen, waarbij we kijken naar het oudersysteem, met speciale aandacht voor hechting en loyaliteit?
  • Welke zijn de pedagogische en affectieve mogelijkheden van respectievelijk moeder en vader?
  • Waaraan moet de opvoedingssituatie van het kind voldoen, gelet op individuele behoefte?
  • In hoeverre zijn de ouders in staat om bij uitvoering van de omgangsregeling rekening te houden met de behoeften van het kind?
  • In hoeverre zijn de ouders in staat elkaar de ruimte te bieden voor de omgang met het kind?
  • Wat betekent dit voor de omgang van het kind met de ouder die het kind niet dagelijks verzorgt?
  • In hoeverre komen uit het onderzoek bevindingen naar voren die niet aan de orde zijn gekomen in de onderzoeksvragen, maar wel van belang zijn voor een gezonde ontwikkeling en opvoeding van het kind?

(Bron: Het Ouderschapsonderzoek, Raad voor de Rechtspraak 2013, Kluwer e.a.)

Resultaat

In alle gevallen krijgen ouders een eindrapportage met daarin verslag van de gerealiseerde begeleiding, de bevindingen, conclusies en het gemotiveerde advies. Wanneer ouders er alsnog samen uit zijn gekomen, zijn de gemaakte afspraken het eindadvies. Soms blijven er meningsverschillen tussen ouders, dan geeft het Omgangshuis over dit verschil in standpunt een deskundigenadvies. Soms blijkt er geen contact tussen ouders mogelijk of is de omgang te belastend voor kinderen. In dergelijke situaties stelt het Omgangshuis bij haar rapportage, conclusies en eindadvies het belang van het kind voor dat van (een van) de ouders. Het is aan ouders zelf om deze rapportage in te brengen bij verdere juridische procedures, behalve in die situaties waarbij sprake is of lijkt te zijn van onveiligheid voor het kind. Wanneer Veilig Thuis, de Raad voor de Kinderbescherming of de rechter het Omgangshuis om informatie vraagt, wordt deze altijd ter beschikking gesteld.